Watervlooien aan je vissen geven: 7 punten om te weten
F. MattierDelen
1 – De watervlo is een zoetwaterkreeftje
In tegenstelling tot de artemia (zeezoutgarnaal) maakt de watervlo deel uit van het gewone voedsel van zoetwatervissen in de natuur. Haar microbioom is volledig aangepast aan deze niet-zoute omgeving. Ze leeft en plant zich voort zolang ze niet wordt opgegeten, in tegenstelling tot de artemia. De naupliën van watervlooien zijn ongeveer twee keer zo klein als die van artemia (0,2 mm tegenover 0,4 mm).
2 – De watervlo is rijk aan eiwitten
Analyses tonen een zeer hoog eiwitgehalte, bijna 60%. Dit verklaart de lagere waarde van gedroogde watervlooien, omdat sommige kwetsbare eiwitten door het drogen worden afgebroken. Een levende watervlo voldoet precies aan de voedingsbehoeften van bijna alle vissen, die zich hier al millennia op hebben aangepast. Een studie toonde een 150% snellere groei (meer dan het dubbele) aan bij jonge visjes die met watervlooien werden gevoed in vergelijking met andere die droogvoer kregen.

3 – Bijna alleen vrouwtjes
Bijna alle watervlooien zijn vrouwtjes. Ze planten zich voort door parthenogenese, waarbij elke dochter een kloon is van haar moeder: vrouwtjes die vrouwtjes voortbrengen! Wanneer de omstandigheden moeilijk worden (bijvoorbeeld voor de winter), produceren de watervlooien enkele mannetjes en planten zich dan, voor de laatste keer, geslachtelijk voort. Ze leggen dan zwarte eieren (aan elkaar geplakt per twee) die ephippia worden genoemd en die lang overleven in afwachting van gunstige omstandigheden. Een kweek is dus vaak niet verloren, zelfs als er geen watervlooien meer zichtbaar zijn!
4 – Eter van groen water
De watervlo voedt zich vooral met fytoplankton, dat wil zeggen microscopische algen die in het water zweven. Ze voedt zich door het groene water te filteren, vandaar haar gebruik om groen water in aquaria te bestrijden.
Bij gebrek aan fytoplankton kan de watervlo zich (als tweede keuze) tevredenstellen met bacteriën, gisten of zelfs opgeloste organische stoffen in het water.
5 – Een gevarieerd microbioom
De watervlo is een klein dier, maar net zo complex als een groter dier. Zo is haar spijsverteringskanaal bevolkt, net als bij ons, door een microbioom. Net als bij ons is dit des te complexer naarmate ze gezond is en goed gevoed wordt. Dit rijke microbioom wordt deels met de uitwerpselen van de watervlo in het water afgegeven. Het water waarin watervlooien hebben geleefd, zelfs als ze er niet meer zichtbaar zijn, is dus levend en bevat een schare nuttige bacteriën voor het watermilieu.
6 – Een dier dat zeer gevoelig is voor licht
Men ontdekte dat watervlooien, die zich in wolken bewegen zoals vissen in scholen, van plaats veranderen in de waterkolom afhankelijk van het licht, zowel overdag als ’s nachts. Wetenschappers leggen uit dat de afname van watervlooien in natuurlijke omgevingen het gevolg is van lichtvervuiling door de mens, die hen ’s nachts sterk verstoort.
7 – De kameleon-watervlo
Het is erg moeilijk om de soort van sommige watervlooien te bepalen (er bestaan er honderden), omdat hun uiterlijk zo kan variëren. Afhankelijk van het voedsel, het seizoen, het klimaat, enzovoort, heeft eenzelfde soort niet dezelfde grootte of vorm. Men heeft zelfs opgemerkt dat in aanwezigheid van vissen in hun omgeving, watervlooien een langere stekelige doorn ontwikkelen, waardoor ze minder aantrekkelijk zijn voor vissen.




17 opmerkingen
@David : si l’eau sent mauvais, c’est qu’elle ne contient plus d’oxygène et que des composés réduits se sont formés. Cela peut être la cause de la disparition des daphnies, et cela se produit généralement lorsqu’un excès de matière organique morte se décompose rapidement. Les bactéries deviennent innombrables et respirent tout l’oxygène. Lorsque des populations de daphnies très denses meurent pour une autre raison, elles se décomposent pareillement et, dans ce cas, l’odeur forte est la conséquence et non la cause.
Mais le plus probable est l’excès de matières organiques. Cela se produit très souvent lorsqu’on nourrit trop en une seule fois et que les daphnies ne mangent pas tout.
Moe : c’est bien sûr impossible à dire, mais la piste que vous soupçonnez est parfaitement possible. Les détergents modifient grandement les propriétés mécaniques de l’eau (c’est un peu leur but), même à faible dose, et sont vraiment un danger.
Kermit : 👍
Vous avez raison, Nadège, les larves de moustiques sont une concurrence pour les daphnies, puisqu’elles ont la même alimentation à peu de choses près. Il faut donc favoriser les daphnies en prélevant les larves de moustiques. Votre peau, en plus, vous remercie !
Nathalie : une bonne part de la faune aquatique se nourrit en effet de daphnies, qui sont à la base de la chaîne alimentaire, juste après le phytoplancton. Notonectes, mais aussi dytiques adultes ou larves, larves de libellules, et même les gammares ! À part couvrir son bassin d’une moustiquaire (en encore !), il n’y a pas beaucoup de solutions. En présence de gros poissons, ces prédateurs des daphnies seront à leur tour mangés. Normalement, il reste toujours quelques individus, ou des œufs, pour repartir à l’automne ou au printemps suivant. L’été, elles sont plus rares, même dans la nature.